Soms raak ik mijzelf kwijt in mijn eigen gelijk,
Ik zit tegenover je en ik hoor mijzelf praten. Mijn woorden zijn helder, mijn argumenten kloppen en ergens weet ik precies uit te leggen waarom jij degene bent die nu iets anders zou moeten doen en dat jij echt verkeerd zit. Als jij nou eens wat meer zou luisteren. Als jij niet meteen in de verdediging zou schieten. Als jij gewoon zou begrijpen wat ik bedoel…
Wat er ook gebeurt is dat ik mijn lichaam langzaam verharden. Mijn kaken spannen zich aan, mijn ademhaling zit hoger en terwijl ik verlang dat jij dichterbij komt, doen mijn woorden eigenlijk precies het tegenovergestelde. Ze duwen je van mij vandaan. Ik word de ijskoningin.
En het wonderlijke is: op dat moment geloof ik werkelijk dat jij het probleem bent. Ik zie niet meer dat ik bang ben. Ik zie niet meer dat ik je mis. Ik voel niet meer hoe graag ik wil weten of ik nog belangrijk voor je ben. Ik voel vooral mijn overtuiging. En mijn overtuiging heeft een heel verhaal.
Onze verhalen kunnen behoorlijk overtuigend zijn
In relaties kunnen we elkaar ontmoeten vanuit liefde, speelsheid en verlangen, maar er zijn ook momenten waarop er ineens veel meer mensen aan tafel lijken te zitten dan alleen wij tweeën.
Mijn geschiedenis zit naast mij en jouw geschiedenis zit naast jou. Mijn kleine meisje dat ooit geleerd heeft om alert te zijn, kijkt mee. Misschien zit daar tegenover haar een kleine jongen die ooit heeft geleerd dat hij zich beter terug kan trekken als het spannend wordt. En voor we het weten voeren niet twee volwassen geliefden een gesprek, maar proberen twee oude beschermingsmechanismen de situatie te redden.
De één gaat harder praten en de ander wordt stil. De één wil NU contact en de ander heeft ruimte nodig. Waarom sluit je je altijd af? Waarom moet alles altijd zo zwaar zijn? Je luistert niet naar mij. Wat ik ook doe, het is nooit goed.
En ergens tussen al die woorden raakt de liefde zoek. Niet omdat ze verdwenen is, maar omdat we haar op dat moment niet meer kunnen bereiken.
Wat ligt er onder mijn boosheid?
Ik ken de beweging om krachtig te worden goed. Mijn hoofd gaat aan, ik analyseer, leg verbanden en kan haarfijn uitleggen wat er gebeurt. Dat vermogen heeft mij in mijn leven veel gebracht, maar in de liefde helpt het mij niet altijd.
Want mijn lief heeft op zo’n moment vaak helemaal geen analyse nodig. En als ik echt eerlijk ben, ik ook niet.
Ik heb dan af te dalen. Uit mijn hoofd, langs mijn overtuigingen, voorbij mijn gelijk en mijn lichaam in. En daar wordt het meestal een stuk stiller. Onder mijn boosheid kan verdriet liggen. Onder mijn kritiek een verlangen. Onder mijn controle angst.
En onder de zinnen die ik uitroep zit iets heel anders verscholen liggen, die gaan meer over: ‘Ik ben bang dat ik je kwijtraak.’ Of misschien nog kwetsbaarder: ‘Wil je mij alsjeblieft laten voelen dat ik belangrijk voor je ben?’
Dat zijn totaal andere woorden. Woorden die geen aanval zijn, maar een opening.
We reageren niet alleen op het hier en nu
Soms verbaast het mij hoe groot een reactie kan zijn op iets ogenschijnlijk kleins. Een blik, een zucht, een telefoon die nét iets te lang belangrijker lijkt dan ik. Mijn lief die zich terugtrekt terwijl ik verbinding zoek.
Mijn volwassen deel kan prima begrijpen dat hij moe is, ruimte nodig heeft of met zijn gedachten ergens anders zit. Maar mijn lijf kan ondertussen een heel ander verhaal vertellen. Zie je wel, je bent alleen. Je doet er niet toe. Straks word je verlaten.
En dat verhaal is vaak ouder dan mijn relatie.
We nemen allemaal onze geschiedenis mee de liefde in. Niet omdat we dat willen, maar omdat ons lichaam onthoudt waar het ooit pijn heeft gedaan. We ontwikkelen manieren om onszelf te beschermen. De één wordt sterk, de ander onzichtbaar. De één gaat zorgen, de ander controleren. De één klampt zich vast, de ander maakt zich los.
En juist dat wat ons ooit geholpen heeft, kan later tussen ons en de liefde in komen te staan.
Wie van ons moet er veranderen?
Misschien is dat wel één van de grootste valkuilen binnen relaties. Dat we zo druk bezig zijn met wat de ander anders moet doen, dat we vergeten te luisteren naar wat er in onszelf geraakt wordt.
Natuurlijk mag je iets van je geliefde verlangen. Je mag grenzen hebben, je mag boos zijn en je mag zeggen: dit doet mij pijn. Maar er zit voor mij een wezenlijk verschil tussen ‘Jij moet veranderen zodat ik mij veilig kan voelen’ en ‘Er gebeurt iets in mij en ik wil je meenemen naar die plek.’
Voor dat laatste heb ik mijn pantser even uit te trekken. En dat vind ik persoonlijk soms doodeng.
Want boosheid voelt krachtiger dan verdriet. Een verwijt voelt veiliger dan zeggen dat ik je nodig heb. En gelijk hebben voelt soms een stuk minder kwetsbaar dan mijn hand uitsteken zonder te weten of jij hem aanneemt.
Het verhaal van de stekelvarkens
Er bestaat een oud verhaal over stekelvarkens die tijdens een ijskoude winter dicht tegen elkaar aankropen om warm te blijven. Zodra ze dichterbij kwamen, prikten hun stekels in elkaars huid. Geschrokken gingen ze weer uit elkaar. Maar op afstand werd het koud, dus zochten ze elkaar opnieuw op. Weer prikten ze elkaar, weer namen ze afstand en weer kwam de kou.
Tot ze langzaam ontdekten hoe dichtbij ze konden komen zonder elkaar voortdurend te verwonden.
Ik vind dat een prachtig beeld voor een liefdesrelatie. We hebben warmte nodig, we hebben nabijheid nodig én we hebben stekels. Liefde gaat misschien niet over het verdwijnen van die stekels. Misschien gaat het erover dat we ze leren kennen. Dat ik leer herkennen wanneer de mijne overeind gaan staan en dat ik nieuwsgierig kan blijven wanneer ik die van jou voel.
Van gelijk naar ontmoeting
Soms betekent herstel in een relatie niet dat we nóg beter moeten leren praten. Soms hebben we juist even te stoppen met praten. Voelen waar onze voeten zijn, ademen en kijken naar degene tegenover ons.
En onszelf afvragen: Wat gebeurt er werkelijk in mij?
Niet: wat doet de ander verkeerd? Maar waar doet dit pijn? Waar ken ik dit gevoel van? Wat probeer ik nu te beschermen? En waar verlang ik eigenlijk naar?
Misschien komt er dan iets tevoorschijn wat we zelf nog niet kenden. Een oud verdriet, een angst om verlaten te worden, de overtuiging dat we alles alleen moeten kunnen, het gevoel dat onze behoeften te veel zijn. Of juist een diep verlangen om eindelijk eens niet sterk te hoeven zijn.
Precies daar kan de beweging veranderen. Niet doordat de ander ineens perfect reageert, maar doordat ik weer aanwezig raak. Bij mijzelf en van daaruit bij jou.
Dan kan achter ‘Laat me met rust!’ ineens zichtbaar worden: ‘Ik weet niet hoe ik dichtbij je moet blijven als ik bang ben.’En achter ‘Praat nou met me!’ misschien: ‘Als je zo ver weg voelt, raak ik je kwijt en dat doet pijn.’
Daar wordt het zachter. Daar ontstaat weer ruimte. Daar kan ik hem opnieuw zien in plaats van alleen mijn eigen pijn.
Misschien is dát liefde
Niet dat we elkaar nooit meer raken op onze oude wonden. Niet dat een goede relatie vrij is van ruzie, verwijdering of pijn. Maar dat we steeds opnieuw de weg terug durven zoeken. Van ons hoofd naar ons lijf, van beschuldiging naar nieuwsgierigheid, van bescherming naar kwetsbaarheid. Van onze oude verhalen naar wat er hier, tussen jou en mij, werkelijk gebeurt.
Soms moet ik daarvoor eerst mijzelf kwijtraken in mijn overtuigingen, tot mijn lichaam zachtjes begint te fluisteren: Marian, hier gaat het helemaal niet over.
En ik stil genoeg durf te worden om te luisteren.
Dan zie ik jou weer en misschien nog belangrijker: dan voel ik mijzelf weer. Niet tegenover jou, maar naast jou. Met alles wat van mij is en alles wat van jou is.
En ergens in die ruimte kan de liefde weer gaan stromen.
Liefs,
Marian Rose